Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder zijne haveloozen, toen het getal dezer saamgeraapte kleinen tot honderdtallen was aangegroeid. Hij had onder die schare vagebonden en deugnieten evenveel tucht en orde, als men kon opmerken op scholen, waar kinderen uit burgerlijke gezinnen werden onderwezen, en zijne leerlingen waren aan hem gehecht met meer liefde, dan men op menige andere school kon vinden. AVas het wonder, dat zijne school niet alleen door den Koning, maar ook door H. M. de Koningin Sophia en andere hooggeplaatsten werd bezocht en om het zeerst geprezen?

In 1854 behoorde Feringa tot de oprichters der Vereen, v. Chr. onderwijzers. Hij kreeg later zitting in het bestuur dier vereeniging; toen hij stierf, was hij er vice-voorzitter van. Vooral als paedagoog toonde hij zeldzame begaafdheid en was hij met buitengewone bekwaamheid toegerust. Ruim van hart als hij was, betoonde hij steeds de grootste behoefte aan broederlijken omgang met allen, die den Heere Jezus beleden als hun God en Zaligmaker, al verschilde hij met hen in velerlei opzichten van inzicht en practijk. Dit beginsel wilde hij, vooral op het gebied der Chr. school, in den ruimsten zin zien toegepast. Toen hij dan ook in den laatsten tijd zijns levens de vrienden van het Chr. onderwijs door de kerkelijke kwestie verdeeld zag, vermaande hij hen dringend, om op schoolgebied ten minste dan toch één te blijven en op zijn sterfbed zeide hij tot zijn zoon: »zeg toch aan de vrienden van Christelijk Nationaal Schoolonderwijs, dat zij te zamen blijven!"

Van de Vereeniging voor Chr. Xat. Schoolonderwijs was hij den 30 Oct. 1860 een der oprichters en meer dan 25 jaren heeft hij die vereeniging als secretaris met talent en ijver gediend. In die betrekking trad hij vooral in den schoolstrijd op den voorgrond. En daartoe l)ezat hij alle noodige eigenschappen, die van een warm hart, een verstandig hoofd en een veelzijdige ontwikkeling.

Des Donderdagsavonds hield hij te Amsterdam voor de volwassenen Bijbellezingen. Zeer talrijk werden deze bezocht, vooral in de eerste tijden van zijne werkzaamheid te Amsterdam, toen die Bijbellezingen in de Bloemstraatschool gehouden werden.

Aan de machtige beweging van het volkspetitionnement nam hij een werkzaam aandeel; later heeft hij er een Gedenkboek van geschreven. Van de Unie was hij, evenals van alles, wat in het belang van het Chr. onderwijs was, een ijverig voorstander.

Sluiten