Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den 27 Nov. 1886 is Feringa, na een 37jarigen arbeid te Amsterdam, zooals op zijn grafzerk staat, »in den Heere ontslapen." — Zijn stoffelijk overschot vond eene rustplaats op de Oosterbegraafplaats.

ïWaarom moest een man als Feringa en juist in deze zware tijden ons ontnomen worden?" vroeg menig vriend van het Chr. onderwijs, doch om er in stilte bij te voegen: «Misschien is hij weggenomen voor den dag des kwaads."

In zijn Het reveil in Nederland schreef W. v. Oosterwijk Bruin over den beminden overledene: «Groot en goed was de nederige meester van de Haveloozen; een der meest beminnelijke typen uit de zoo verschillende mannen van het reveil. De gesprekken, die ik soms met hem mocht houden, zijn mij even onvergetelijk gebleven, als de aanblik van zijne aantrekkelijkheid voor kinderen, die hij door zijne ernst en liefde regeerde, en zijn open gelaat, dat telkens een glimlach vertoonde, die evenals zijn helder oog het vriendelijk licht weerkaatste, dat geheel zijue ziel vervulde. Men schonk hem terstond zijn volkomen vertrouwen en verwonderde zich niet, dat de kleine vagebonden het deden; zij wisten, hoe meester Feringa dat verdiende en er nooit misbruik van maken zou. Zoo ooit aan iemand, dan vertelden zij aan hem alles, wat zij op het hart hadden; en dat alles was vaak heel wat."

HOOFDSTUK LXIX.

De Kamer op het doode punt en de grondwetsherziening mislukt.

Onder het liberale ministerie Kappeyne van de Coppello (1877— 1879) was, gelijk wij zagen, in 1878 de nieuwe wet op het lager onderwijs tot stand gebracht. Dit ministerie werd opgevolgd door dat van Van Lijnden van Sandentmrg (1879—1883), dat weder het ministerie Heemskerk (1883—1888) tot opvolger had. Gedurende dit ministerie was de wensch naar eene grondwetsherziening meer algemeen geworden, vooral omdat sommige belangrijke vraagstukken, als de defensie, zonder herziening niet voldoende opgelost konden worden. In het bijzonder drong men van vele zijden aan op eene betere regeling van 't kiesrecht, dat, afhankelijk van den census, door de

Sluiten