Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het er nog af, dat zij aau het rechtmatig verlangen der Christelijk-historische richting zon kunnen voldoen. Van rechtsgelijkheid voor de wet was nog geen sprake. Toegestemd moest worden, dat in de grondwet voor het Xederlandsche volk, dat uit zoo heterogene bestanddeelen bestaat, niet alles kon geboekt worden, wat door één gedeelte van dat volk gewenscht werd; maar de bekrachtiging van de miskenning der hoogste en dierbaarste belangen van het Christenvolk in Nederland mocht in geen geval geduld worden. Daarom verdiende de poging der anti-revolutionnaire en R.-Katholieke Kamerleden in de Tweede Kamer toejuiching, om voor de heiligste volksrechten op te komen, door hunne eischen in zake het onderwijs te formuleeren. Zij dienden het volgeude voorstel in: sArt. 194 der grondwet wordt als volgt gelezen :

«Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regeering. Het geven van onderwijs is vrij. Het toezicht van de Overheid op het onderwijs in het algemeen, de inrichting van het openbaar onderwijs en, voor zoover het lager onderwijs betreft, de aan den onderwijzer te stellen eischen van bekwaamheid en zedelijkheid worden door de wet geregeld.

»De openbare scholen zijn toegankelijk voor leerlingen, zonder onderscheid van godsdienstige gezindheid.

»In of voor elke gemeente wordt lager onderwijs gegeven, voldoende aan de behoefte der bevolking. Het wordt, zooveel daaiin niet op andere wijze is voorzien, van Overheidswege verstrekt in openbare scholen- voor onvermogenden kosteloos, voor anderen tegen betaling van een billijk schoolgeld.

»In de kosten van het bijzonder onderwijs kan, naar bij de wet te stellen regelen, uit openbare middelen worden bijgedragen, onverschillig of het onderwijs al of niet voldoet aan het in het vierde lid bepaalde vereischte voor de openbare scholen.

»De Koning doet jaarlijks van den staat der openbare en bijzondere scholen een uitvoerig verslag aan de Staten-Generaal geven."

Terecht mocht de Standaard van 22 .Maart 1880 schrijven : »Matiger, bezadigder, bescheidener voorslag op het hoofdpunt van den politieken strijd is er wel nooit door eene machtige oppositie gedaan, dan thans door de rechterzijde in zake art. 194."

Vele vrienden van het Chr. onderwijs werden evenwel door dit voorstel teleurgesteld, omdat ze verwacht hadden, dat althans eene

Sluiten