is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatregelen; men zon daardoor gedwongen worden, om te beginnen met alle subsidiën aan alle besturen te ontnemen, of althans moeten ^schorsen", zoodra er in eene school godsdienstoefening gehouden werd Er bestaat verband tusschen onze vereeniging en de Kerk. Maar waar zoekt men dat verband? Men wil het vooral niet gezocht hebben in de belijdenis, maar wel in de organisatie.

»Het is, naar de meening van Dr. Vos, eene ondermijning deiKerk, als de formulieren van eenigheid in de Vereeniging op den voorgrond treden, maar in een verband komen met de organisatie, dat is geen ondermijning." (I>lz. G).

HOOFDSTUK LXXI.

Tweedracht onder de vrienden der Vereen, v.

C. N. Schoolonderwijs.

Dr. G. J. Vos Az., Dr. Rutgers beantwoordende op de algem. verg. der Vereen, v. C. X. S. van 2 Juni '87, zei, dat hij zich niet in de politieke en kerkelijke kwestiën wilde verdiepen, maar hij meende er op te moeten wijzen, dat de Vereen, v. C. X. S. van den aanvang af bedoeld had, zich met de kerkeraden in betrekking te stellen in haar reglementair verband, maar dan ook alleen met kerkeraden, die als wettig werden erkend. Hij meende geen enkel woord van zijne motie terug te moeten nemen. Preventieve maatregelen waren z. i. nog iets anders dan alleen het intrekken van subsidie; er konden circulaires verzonden worden. Hij achtte zich verplicht er op te wijzen, dat iedere persoon, gemeente of Kerk, die feitelijk ontrouw wordt aan hare beginselen, door Ood met doodigheid wordt gestraft, bn wat betreft de bewering, dat er geen feiten zijn, hij kon een handvol correspondentiën overleggen.

Mr. Th. Heemskerk merkte op, dat de Hoofdcommissie wel eens iets vernomen had van godsdienstoefeningen in de gebouwen van scholen, die door de Vereeniging gesubsidieerd werden. Officieel evenwel niets, waut het ging de Hoofdcommissie niet aan. Als op eene plaats het kerkgebouw in handen der doleerenden is en de nietdoleerenden houden godsdienstoefening in het schoolgebouw, dan zou de Hoofdcommissie ook daar niets tegen hebben. Die commissie was