Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Anti-revolutionnair ministerie was opgetreden. Dat was waarlijk eene overwinning voor de vrienden van het Chr. onderwijs. I)e 10" jaarvergadering der Unie, den 18 Oct. 1888 te l trecht gehouden, werd door haren voorzitter, Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman. geopend met de volgende woorden:

»Een tijdperk van 10 jaren van buitengewone werkzaamheid ligt achter ons. Wie herinnert zich niet, wat aan 1878 vooraf ging ? Een machtige partij heerschte over ons. Met volharding werd de strijd om recht gestreden, maar hoe dat volk om recht riep, immer was het antwoord der overheerschende partij: »geen enkele penning voor de vrije Christelijke school — alles voor het neutrale staatsonderwijs." ■Groen, die groote veldheer, was gestorven en met hem scheen de Anti-revolutionnaire partij ten grave gedaald. Niet meer danAntirevolutionnaire leden hadden wij in 1878 in de Tweede Kamer. Toch deden dezen, wat zij vermochten, hoewel onze tegenstanders met steeds stouter grepen in de schatkist tastten, om het Christelijk onderwijs onder het gewicht van tonnen gouds te verpletteren. at Ds. Buytendijk toen zeide: shet wordt nu onmogelijk, tegen den geldstroom op te roeien," scheen gegrond. Nam men in 1860 reeds twee miillioen uit 's lands kas ten behoeve der openbare school, in 1878 was die som tot zeven millioen geklommen. Toch bleef de vrije school zich ontwikkelen. En daarom: meer geld aan de openbare school Dat was het parool der school wetmannen van 1878, zoodat dan ook de kosten in 1883 tot de fabelachtige som van vijftien miUioen stegen en nog jaarlijks elf millioen bedragen. Hoe zouden wij met onze scholen daartegen bestand zijn! Inderdaad, had in 1878 ons volk er de bijl bij neergelegd en gezegd: »wij kunnen niet langer," het zou begrijpelijk geweest zijn.

»In 1878 was ook ik onder de deputaten, die het smeekschrift aan den Koning zouden aanbieden, en ontmoette toen Dr. A. Kuyper, dien ik nog niet van nabij kende, wijl ik nog weinig met hem in aanraking was geweest. Op eene wandeling in Apeldoorn sprak ik met hem over de toekomst van ons volk. Hij wees er op, dat wij, aan de regeering gekomen zijnde, zware plichten zouden te vervullen hebben; en toen ik mij eenigszins verrast over die woorden betoonde, en hem vroeg, of hij dan meende, dat wij ooit aan het roer zouden komen, antwoordde hij: »Binnen 10 jaren zit gijlieden op de, plaats der liberale partij

Sluiten