Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den van een samenkomst dezer besturen, teneinde te overleggen, hoe de thans door de wet toegezegde voordeelen liet best in het belang van het bijzonder onderwijs konden worden aangewend. Deze samenkomst had dan ook den 6 Febr. 1890 plaats en het resultaat der gehouden besprekingen was, om een organisatieplan voor de Chr. scholen gereed te maken. Den 24 Febr. werd een tweede vergadering gehouden , waarin het ontworpen organisatieplan besproken, hier en daar verduidelijkt en eindelijk met algemeene stemmen aangenomen werd. De 18 Maart hechtten de vier Hoofdbesturen, na enkele wijzigingen er in aangebracht to hebben, hunne goedkeuring er aan, zoodat het vastgesteld was en hiermee de Schoolraad voor scholen met den Bijbel was tot stand gekomen.

Deze Schoolraad is samengesteld uit 12 gedelegeerden, gekozen door de vier Algemeene Vereenigingen voor Chr. onderwijs; 12 gedelegeerden, gekozen door de Schoolbesturen, die zich bij den Schoolraad hebben aangesloten en 1 lid, gekozen door de 24 genoemde gedelegeerden; samen dus uit 25 leden.

De Schoolraad stelde zich ten doel, de scholen met den Bijbel te hulp te komen in al datgene, wat geacht kan worden aller gemeenschappelijk belang te zijn en wel met name: 1. bij de bevordering van oprichting van Scholen met den Bijbel; 2. bij de bevordering van den paedagogischen bloei der scholen; 3. bij de beslechting van gewone geschillen, die in den boezem der scholen rijzen mochten; 4. bij de beslechting van kerkelijke geschillen, die in den boezem der scholen mochten voorkomen; 5. bij de regeling van het pensioenwezen der onderwijzers; 6. bij de handhaving en verbetering van de rechtspositie dezer scholen.

Optredende als Schoolraad voor de Scholen met den Bijbel, verstond hij hieronder alle scholen voor gewoon en uitgebreid Lager Onderwijs, waarvan het Schoolbestuur, afgezien van bijzonder kerkelijke belijdenis, verklaart, den Bijbel of de H. Schriftuur als Gods Woord, en alzoo als den eenigen regel van wat we te gelooven en te doen hebben, ook voor zijn school te aanvaarden.

Elk Schoolbestuur bleef ten allen tijde vrij den band met deze organisatie los te maken, alleen met deze uitzondering, dat dit, hangende een geschil, waarin óf dit Bestuur, óf een lid er van, óf de onder wijzer scheidsrechterlijke uitspraak had ingeroepen, eerst mogelijk wordt, na afloop van deze uitspraak.

Sluiten