Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ter vergadering aanwezigen stemden over het algemeen met de voorstellen der Commissie van rapport in. Was dus de ingenomenheid met het ontwerp-Mackay onder de Chr. onderwijzers niet onverdeeld, toch had de rapporteerende Commissie reeds in den aanhef het uitgesproken :

»Met groote waardeering namen wij kennis van het ontwerp, 't welk onze Chr. school op financieel terrein rechtsgelijkheid geven wil met de openbare school."

Men wist het bovendien ook wel, dat het ministerie op dat oogenblik moeilijk meer geven kon en dat het, hoewel vele der uitgesproken bezwaren deelende, niet vermocht in de goede richting verder te schrijden. Daarom waardeerde men de poging, om ten minste enkele ongerechtigheden uit den weg te ruimen zeer en sprak dat dan ook openlijk uit.

Het ontwerp-Mackay werd, in hoofdzaak ongewijzigd, den Gen Dec. 1889 ook door de Eerste Kamer aangenomen en weldra door den Koning bekrachtigd en uitgevoerd. Daarmede was het recht der Chr. school erkend; ook de Staat moest er in het vervolg mede rekenen. En op de vraag, of nu voortaan de openbare school aanvulling, de bijzondere regel zou zijn, was wel het antwoord van een liberaal kamerlid toepasselijk: »Die vraag beslist de maatschappij en niet de wetgever."

Door de herziening der wet op het 1. onderwijs was de verantwoordelijkheid van ouders, besturen en onderwijzers grooter geworden. Aan den strijd om het bestaan was voor een goed deel thans een einde gekomen. De vragen omtrent inrichting, doel en strekking van het Chr. onderwijs traden in de nieuwe periode meer op den voorgrond en eischten beantwoording. »Het mooie is er af," zei miuister Heemskerk, van den schoolstrijd der anti-revolutionnairen sprekende. Hij had eenigszins gelijk, voor zoover hij het oog had op de wegneming der verongelijking van het Chr. onderwijs. Maar de vrienden der Chr. school meenden, dat dat »mooie" voor hen nu eerst kwam; voor hen werd de strijd degelijker, dieper, consequenter. Zij begrepen het, wat Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman in zijne Pacificatie zei: »Op onzen weg ligt het, den arbeid, door volhardende mannen begonnen, voort te zetten. Aan hun voorbeeld ons te spiegelen, wanneer ook wij soms voor schijnbaar onoplosbare vraagstukken worden geplaatst. Doch tevens te bedenken, dat deze goede

Sluiten