Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-op touw en op zijn initiatief werd er in Juli 1890 eene voorloopige Commissie gevormd, welke in Sept. van dat jaar aan vele predikanten en leden der Ned. Herv. Kerk, op wier belangstelling men hopen mocht, eene circulaire zond. Daarin werd gewezen op de houding, die de Hoofdcommissie der Vereen, v. C. N. 8. in zake het geschil met de Normaalschool te Utrecht en in de schoolkwestiën te Anjum, enz. had aangenomen en verder gezegd: »I)e secretaris der Hoofdcommissie (der Vereen, v. C. X. 8.) heeft op de laatste algemeene vergadering verklaard, dat bij eventueele vacature in het Bestuur, bij het aanbieden van een tweetal steeds gerekend zal worden met de kerkelijke richting, waartoe de aftredende behoort, — waarin dus ligt opgesloten, dat er in dit Bestuur geen verandering kan komen, die ons ook maar eenigszins ten goede zou strekken. I)e meerderheid, die onze Kerk vijandig is, moet meerderheid blijven."

Op deze circulaire werden een aantal betuigingen van sympathie ontvangen, groot genoeg, om der voorloopige commissie vrijmoedigheid te geven, om op den ingeslagen weg voort te gaan. Op den 23 October vergaderde zij met 86 belangstellenden in 't Nut te Rotterdam. Nadat de bijeenkomst met het zingen van Ps. 25 : 6 en gebed door Ds. Theesing was geopend, werd door Ds. H. Malcomesius een woord ter inleiding gesproken en o. a. gezegd :

«Christelijke opvoeding, — niet alleen een nationaal, maar ook een kerkelijk belang, — hoe weinig is dit in het oog gehouden bij den arbeid voor Christelijke opvoeding door middel van schoolonderwijs. Stelde Christelijk-Nationaal zich ten doel, deze taak ter hand te nemen, zonder te vragen naar kerkelijke kleur, toch mag met de geschiedenis vóór ons niet worden ontkend, dat er wel degelijk een zedelijk verband bestond tusschen die vereeniging en onze Ned. Herv. Kerk, waarom dan ook in hare statuten, waariii gesproken wordt van eene Kerk, de Ned. Herv. werd bedoeld. Maar om dat verband heeft men zich in den loop des tijds weinig bekommerd. Een algemeene Protestantsche grondslag, "zonder te vragen naar kerkelijke belijdenis, werd geacht het juiste standpunt te zijn, dat men moest innemen; ja, men gevoelde zich zoo gelukkig in die vrijheid van beweging, dat menigeen er eene eer in stelde, dat zijne school met de Kerk niets had te maken. ... Dit voelde ook de commissie, die u opriep tot deze samenkomst en li thans van harte welkom heet aan deze plaats. Zij wenscht den draad op te vatten, door Chr. Na-

Sluiten