Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK LXXYII.

Een stichting „verrold"? — Vrije- en ordeoefeningen, óók voor de onderwijzers.

lu 1891 meende de Directie der Chr. Normaalschool te Nijmegen art. 17 der »Voor waarden ter opneming van kweekelingen" in dien zin te moeten wijzigen, dat leerlingen, die kostelooze opleiding genoten hadden en na afgelegd onderwijzersexamen de stichting verlieten, ook vrijheid gelaten werd, de openbare school tot hun arbeidsveld te kiezen. De Vereen, v. Chr. Volksonderwijs sprak in een' brief aan de Directie het als hare overtuiging uit, »dat onder de vigeerende wet het Christelijk beginsel, zooals dat verstaan wordt door hen, die Gods Woord tot lamp voor hun voet en tot licht op hun pad wenschen, van de openbare school buitengesloten moet zijn." Een «zwijgend getuigen" kwam haar in dit geval illusoir voor.

Me Vereen, v. Chr. Onderwijzers enz merkte eveneens in een brief aan de Directie op, »dat tegenover het voordeel, hetwelk de Directie van dezen maatregel wacht, dat u.1. op sommige plaatsen de openbare school nog te verbeteren zou zijn, een veel grooter nadeel staat, hierin gelegen, dat juist op deze wijze de stichting van Chr. scholen op vele plaatsen zal worden tegengehouden, in sommige gevallen zelfs onmogelijk gemaakt, daar de ijver zal verflauwen, waar men van lieverlede met de openbare school vrede zal leeren hebben."

Op de Algem. verg. van de Vereen, voor Chr. Nat. Schoolonderwijs, den 9 Juni 1892 te Utrecht gehouden, werd de volgende motie van Ds. H. Pierson met 46 tegen 3 stemmen aangenomen:

»I)e Vereeniging voor Chr. Nat. Schoolonderwijs acht het streven naar christianiseering van de openbare school hopeloos, en bij een volk, zoo verdeeld als het Nederlandsche, verwerpelijk.

»Indien de Vereen, v. Chr. Nat. S. kweekelingen zendt naar de Normaalschool te Nijmegen, doet zij dit in de onderstelling, dat die Normaalschool ook op dat standpunt staat, en in dien geest ook de kweekelingen zal opleiden."

Op al deze protesten en aanklachten verwees de Directie der Normaalschool naar hare circulaire van 1889 en in het bijzonder naar de woorden, daarin voorkomende: »Wie is, met eens Christens oogen bezien, de onderwijzer? Ziedaar de vraag, op welker beantwoording voor de school, die men Christelijk hebben wil, alles aan-

Sluiten