Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■oiulenv.vereen., in 1892 te Utrecht den 7 en 8 Juni gehouden, over deze zaak bij elkander te komen en dan een en ander vast te stellen. Vóór die algemeene vergadering plaats had, meende het Hoofdbestuur der Chr. Onderwijzersvereen. tegen de stichting van zulk een Bond te moeten waarschuwen en te protesteeren en op de algemeene vergadering werden er nog vele harde noten over gekraakt. De heer Nobels keurde de voorgenomen stichting van den Bond beslist af. De woeling, die deze beweging kenmerkte, deed hem denken aan een tobbe, gevuld met grootere en kleinere krabben, die vergeefs worstelen, om boven te komen. Het Hoofdbestuur verklaarde, wel verbetering der traktementen te willen, maar achtte de wijze van handelen door stichting van een Bond revolutionnair; het waarschuwde er ten ernstigste tegen, want de tijd zou kunnen komen, dat ook de schoolbesturen de zaak alzoo inzagen en tot hunne sollicitanten zeiden: »Zijt gij lid van den Christelijken socialen Bond, dan willen wij u niet hebben." De heer H. H. Van Rooyen, een der ontwerpers van het plan, om den Bond op te richten, verdedigde zich tegen de beschuldiging, dat hij en de zijnen socialistisch drijven voorstonden.

De afgesproken vergadering der Chr. onderwijzers had plaats, doch men kwam, om moeite te voorkomen, tot het besluit, dat men voorloopig van de stichting van den Bond zou afzien. Bij monde van den heer J. Spoelstra werd dit besluit den volgenden dag ter kennisse van de algemeene vergadering gebracht.

Hiermede zou echter de zaak niet afgeloopen zijn. Opgewekt door een schrijven van den heer H. Scholtens Kz. te Alfen a;d. Rijn, spanden de Chr. onderwijzers wederom hunne krachten in en wel met het resultaat, dat den 3 Mei 1896 te Arnhem, waar juist de algem. verg. der Vereen, v. Chr. onderwijzers bijeenkwam, de Unie van Chr. Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland werd opgericht. De heer T. Nijkamp werd voorzitter, J. L. Keizer secretaris, <i. Ipema penningmeester, H. H. v. Rooyen vice-voorzitter en H. T Boegborn vice-secretaris. Lid der nieuwe Vereeniging kunnen zijn alle onderwijzers (niet-hoofden) aan Chr. scholen — en huisonderwijzers — mits instemmende met grondslag en grondbeginselen der Unie, terwijl zij, die zich verdienstelijk ten opzichte van het streven der Vereeniging maken, er, op voorstel van het Bestuur en met eene meerderheid van -\3 der stemmen van de leden, eere-lid van kunnen worden.

Sluiten