Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer bitter maakten, deden hem, nadat hij voor eene benoeming naar Culemborg bedankt liad, besluiten, Groningen te verlaten en eene benoeming naar Wanswerd aan de Streek aan te nemen. Xiet lang had hij aan deze plaats gewerkt, of hij ontving eene benoeming tot onderwijzer onder de polderarbeiders aan het kanaal door Holland op zijn Smalst. Hoewel men hem gaarne in Friesland wilde honden, besloot hij toch de roepstem naar Yelsen op te volgen en trok er den 4 Maart 1867 heen. Wat eene ellende aanschouwde hij onder de polderbevolking op de Velserheide, toen deze langer dan zes weken het werk staakte: 1200 man zonder werk, zonder een penning in de benrs, zonder een brood in huis. De Kanaalmaatschappij te Amsterdam kon niet, de Burgemeester van Yelsen wilde niet helpen. I)e laatste wilde zelfs de polderbevolking door den honger dwingen, naar elders te vertrekken. Er vormde zich eene Commissie, waarin ook Mever zitting had, om de ongelukkigen te hulp te komen. Meer dan 14.000 gld., behalve de naturaliën, werd bijeengebracht en de eerste nood kon gelenigd worden.

Den 31 Jan. 1808 trok hij van Yelsen naar Nijkerk in <).-l)ongeradeel. Na voor Beekbergen en Minnertsga bedankt te hebben, werd hij tot Hoofdonderwijzer te Oostvvold (Oldambt) aangesteld, waar hij den 24 Febr. 1809 met zijn arbeid een begin maakte.

Den 1 Oct. 1872 begon Meyer te Rotterdam eene school voor eigen rekening met slechts 32 leerlingen. Hij had er 04 verwacht. Zijne school ging later vooruit, zoodat hij zijn oudsten neef als tweeden onderwijzer kou aanstellen. In 1875 telde zijne school 120 leerlingen, in 4 klassen verdeeld, elke klasse met één onderwijzer.

De heer Abraham Meyer werd den 0 Sept. 1821 te Rotterdam geboren en overleed den 30 Dec. 1890 te Veldwijk, gemeente Ermeloo, na anderhalf jaar in de stichting aldaar liefdevol verpleegd te zijn. Den 2 Jan. 1897 werd hij op den doodenakker van ^ eldwijk begraven, waarbij Ds. v. d. Hoogt, de geestelijke verzorger der arme krankzinnigen in de stichting, de leiding had. De heer Meyer was, zooals de heer R. Husen, die de Yereeniging van Christ. O. en O. vertegenwoordigde, het bij de groeve uitdrukte, «een ongehuwd, eenzaam strijder en veelal ook een zwaar beproefd pelgrim geweest; maar geheel zijn hart had hij geschonken aan het Chr. onderwijs en aan de Vereeniging, wier voorzitter hij bijna veertig jaar is geweest."

Sluiten