Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkerveen (of »het Veen," behoorende tot de gemeente Xijkerk) eene Christelijke school geopend, aan welke school Van Xoort den 8n Xov. 1849 het ambt van hoofdonderwijzer aanvaardde. De heer L. te W. schreef hierover in de Christelijke School: x>'t Was moeilijkkinderen ter school te krijgen. Aan onderwijs gevoelde men geen behoefte; kleeding, ja alles ontbrak.

»Van Xoort wist raad. Hij begon met oud en jong te onderwijzen. Des Zondagsmorgens waren om halfzes de schooldeuren al geopend. Eene eenvoudige Schriftverklaring, 't kon niet te eenvoudig, in den vorm eener bijbellezing, werd gegeven en weldra was de school met aandachtige hoorders gevuld.

»Des avonds en ook tot de Woensdagavondgodsdiensten zag men hem met een groep kinderen 2 aan 2 kerkwaarts gaan.

nZooveel de werkzaamheden der meest arme Veenbewoners het toelieten, verzamelde Van Xoort oud en jong in de school of bezocht hij hen aan hunne huizen, op de akkers en bracht tot hen Gods Woord, dat niet ledig zal wederkeeren, maar doen zal, wat den Heere behaagt."

Langzamerhand steeg het aantal leerlingen zijner school tot 150,. voor welke Van Xoort in het eerst alleen stond, slechts ter zijde gestaan door een kweekeling.

Door de duizenden guldens, die eerst Jonkvr. V. d. Burch van Spieringshoek, daarna de jonkvrouwen d'Yvoy en Van Weede hem ter hand stelden, kon hij veel doen ter bestrijding der armoede in het Veen. In het Christelijk Schoolblad schreef X. te W.: ïVan Noort was opvoeder en philantroop en philantroop-opvoeder. Treffende staaltjes zonden bij te brengen zijn van zijn arbeid; b.v. hoe hij eenmaal een der weldoensters van het Veen voorstelde met 150 gld. 30 huisgezinnen gelukkig te maken, door ze elk een geit te geven. Of van den eenvoud der lieden; b. v. hoe Harmen, die in den grond woonde, toen de Freule met den meester huisbezoek deed in het bouwvallige hutje, het aanbod, om de woning te laten vernieuwen, afwees: hij had er nu al 50 jaar met zijn Jannigje in gewoond; als de Freule dan toch wat wilde doen, dan moest ze Jannigje maar een dubbeltje »besjuus" geven; ja, hoe Harmen bijna weigerde een bed aan te nemen: zijn Jannigje lag zoo zacht op de elzeboomblaren."

Tot 1894, dus tot zijn 71e levensjaar, bleef hij zijn ambt waarnemen, daarin getrouw bijgestaan door zijn vriend en hulponderwijzer,

Sluiten