is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tevens godsdienstonderwijzer en krankenbezoeker Jacob de Boer. Als blijk van waardeering kende de gemeenteraad van N ij kerk aan \ an \oort toen een jaargeld toe en de adellijke familiën, die hem zoo vaak gebruikt hadden, om de arme bewoners van 't Veen wel te doen, volgden dit voorbeeld, zoodat Van Noort, die zich te Nijkerk vestigde, zijn verdere levensdagen zonder zorg voor het tijdelijke kon doorbrengen.

Reeds als knaap beloofde Van Noort veel door zijn trouwe plichtsbetrachting en door zijn zucht, om «alle dingen door de liefde te bedekken." Als 15-jarige kweekeling bij een hoofdonderwijzer, die een dronkaard was, werkzaam, kwam de schoolopziener eens de school bezoeken, juist toen de patroon beschonken te bed lag. De kweekeling trachtte nog zoozeer de eer van den meester op te houden, «dat (zoo verhaalt N. te W.) de schoolopziener getroffen hem 25 gld. ten geschenke gaf." In die dagen ook reeds begaf hij zich met vurige liefde en kinderlijken eenvoud ouder een groep van wel (j(X) polderwerkers, van keet tot keet gaande met de vraag: "Mag ik u wat voorlezen uit den Bijbel ?" wat aanleiding gaf tot eeu niet ongezegende bijbelverspreiding onder hen. En zoo was ^ an Noort ook in later dagen. «Eens in het jaar," zoo getuigt N. te A\. «met Pinksteren, ging hij uit, liefst om en passant nog te collecteeren voor zijne school, maar eer de korte rust ten einde was, verlangde hij al, volgens zijn herhaalde betuiging, naar het Veen."

Eene reeks van 45 jaren nam Van Noort met liefde en toewijding zijn werk te Nijkerkerveen waar. Kennelijk mocht hij den zegen des Heeren er op ervaren. Ruim twee jaar genoot hij de zoete rust na getrouwe plichtsbetrachting te Nijkerk; toen werd hij afgeroepen van zijn aardschen post, om, daaraan twijfelen wij niet, de ruste in volheid te smaken, die overblijft voor het volk des Heeren.

Hoewel art. 194 der onde grondwet in de herziene grondwet onveranderd is gebleven, toch wordt het heden niet meer als vroeger als een welkom middel ter onderdrukking van het Christelijk ouderwijs gebruikt. Niet alleen meent men thans niet tegen dat artikel in te gaan, door bijzondere Christelijke scholen financieel van overheidswege te ondersteunen, maar ook wordt het woordje «overal' in dat artikel niet meer zóó verklaard, dat openbare scholen moeten worden in stand gehouden ook daar, waar er geene of zeer weinige leerlingen voor te vinden zijn. Dit is gebleken in Wonseradeel, Wym-