Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het heet, dat de dichter de waarheid borduurt. Maar dat figuurlijke gebruik van het woord wijst zijne eigenlijke beteekenis duidelijk aan. Borduren is een verfraaien, een verrijken van, een toevoegen aan het oorspronkelijke. Maar iets toevoegen kan men alleen aan iets, dat reeds is en in deze wil dat zeggen: toevoegen aan de grondstof, waarop het naaldwerk wordt uitgevoerd, versieren eener reeds bestaande stof. Bij het weven (van damast bijvoorbeeld of brocaat) en ook bij tapijtwerk ontstaat de teekening, het patroon, tegelijk met het tot stand komen van het weefsel, bij de kant en bij de maaswerken wordt eveneens de versiering gevormd door dezelfde draden, waardoor het geheele werk wordt opgebouwd. Bij het borduren echter ontstaat de versiering door draden aangebracht op eene reeds bestaande, reeds voltooide stof, meest geweven, soms geknoopt, soms van leder. In onderscheiding van tapijtwerk, maaswerk en kant, noemt men het borduren daarom ook wel stofversiering.

Zooals bij iedere indeeling van verwante zaken vloeien ook hier de grenzen in één en ontbreekt het niet aan overgangsvormen. Zoo is er bijvoorbeeld eene soort van borduurwerk, dat algemeen verbreid is; het wordt beoefend in Zuidelijke en in Oostersche landen en is ook hier inheemsch, een soort van borduursel namelijk, waarbij sommige draden van den ketting of van den inslag worden uitgetrokken of weggesneden en het naaldwerk uitgevoerd op de vrij gekomen draden door die op verschillende wijzen te omwoelen. Eigenlijk moest men zulk open werk als eene soort van tapijtwerk met de naald beschouwen, even-

Sluiten