Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doeleinden — de festonneer steek bijvoorbeeld om den snij. kant eener stof voor rafelen te bewaren, de vischgratensteek om eenen verbindingsnaad te bevestigen en te bedekken, het doorstoppen om een half doorgesleten plek te verstellen, het doornaaien om de voering op hare plaats te houden, enz. enz.

De bespreking dezer hoofdsoorten wordt echter bemoeilijkt door de willekeurige, ordelooze wijze, waarop men den steken hunne namen heeft gegeven. Een steek heet dikwijls Grieksch, Spaansch, Moorsch of wat al meer, naar het land, van waar het werk, waarin de een of ander dien het eerst aantrof, afkomstig was. Ieder noemt dien naar zijne of hare eerste ontdekking daarvan, of wel vaag weg Oostersch. Zoo hebben wij tal van namen voor éénzelfden steek en tot vermeerdering van verwarring namen, die in verschillende landen voor geheel verschillende steken gelden, wat vooral lastig is voor wie bij zijne studie van het Kunstnaaldwerk veel buitenlandsche geschriften raadpleegt.

En de zaak wordt nog verergerd door het nog altijd plaats grijpend geven van nieuwe namen en modenaampjes aan iedere denkbare verbinding van steken of voor de kleinste afwijking van den grondvorm al naar men den draad van links naar rechts of van rechts naar links, wat langer of wat korter legt, zoodat het bijna eene hopelooze onderneming wordt om hier orde en regel aan te brengen.

De quasi-geleerde beschrijving van oude steken verspreidt weinig licht. Men leest in deftige, indrukwekkend dikke

Sluiten