Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als het ware eene matte, gelijkmatige tint. Voor dergelijke, rechtlijnige, geometrische versieringen is de kruissteek bij uitnemendheid geschikt. In den linkerbovenhoek van onzen proeflap vindt men eene combinatie van den kruissteek met enkele rechte en diagonale steken, zoogenaamd Holbeinwerk, dat voor eenige jaren, toen het een nieuwtje was, met groote voorliefde werd beoefend, maar dat thans weder wat op den achtergrond raakt, daar de patronen voor dit soort van werk meest beter voldoen in de teekening dan bij de uitvoering; het geheel is dan wel eens wat ijl en schraal. In deze vormen, waarbij het weefsel gedeeltelijk onbedekt blijft, werkt men op onafgedeelde stoffen. Worden grond en ornament beide gevuld, zooals op fig. 2 met het klaverblaadje en met den vlinder is geschied, dan spreekt men gewoonlijk van tapisseriewerk en kiest men afgedeeld gaas, (stramien) wat echter volstrekt geen vereischte is.

De varianten van den gewonen kruissteek zijn eindeloos en legio is het aantal hunner verschillende namen. Meest zijn het meer gebruiksvormen van den kruissteek dan nieuwe steken. Alle hebben zij dit gemeen, dat zij berusten op een regelmatig aftellen der draden van het onderliggende weefsel. Eenige der voornaamste soorten zijn aangegeven op fig. 3.

De bij is daar gewerkt met den petit-point, die slechts een half kruis is, over éénen enkelen draad van het weefsel te gelijk gewerkt. Hij werkt daardoor op veel kleiner schaal dan de gewone kruissteek, die over twee draden> en zijne varianten, die soms over vier, zes en acht draden worden gelegd. Wilde men den petit-point, die niet over-

Sluiten