Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een appel, een jager en een hond zijn dikwijls op één stuk even groot. Langs den rand borduurde men spreuken, soms geheele versregels. De namen van personen, meest afkomstig uit Engeland's ouden sagenkring, de gedichten van Chaucer en dergelijke werden er naast gewerkt. Oude exemplaren van dit soort van werk, dat thans weder met groote voorliefde wordt opgezocht, gerestaureerd en nagewerkt , kenmerken zich door eene groote verscheidenheid van steken. Jongere stukken zijn veel eentoniger en voornamelijk met den steelsteek gewerkt. Alle zijn echter wat onbeholpen van teekening en wat grof van uitvoering. Buiten Engeland kwam dit werk weinig voor en wordt ook daar nu nog slechts als curiositeit beoefend. Het is thans verdrongen door borduren op linnen met zijden en katoenen draden naar betere ontwerpen en met zuiverder techniek. De naam crewel-stitch is in Engeland echter verbonden gebleven aan den steelsteek, de steek, die er het meest in voorkwam. Fig. 10 geeft eene proeve van dit jongere soort van werk. Bij dit stuk, Hollandsch werk, is voor de breede vlakken de ingrijpsteek gebruikt. Ware dit borduursel van Engelsche afkomst, zoo ware daar waarschijnlijk ook de steelsteek toegepast, die het groote voordeel heeft van veel vaster dan de ingrijpsteek op de stof te liggen: bij eene sprei wel eene zaak van eenig

aanbelang.

De steelsteek is de steek bij uitnemendheid voor omrandingen en lijn versieringen. Hoe goed hij zich daartoe leent blijkt wel uit den kelkpal fig. 41, die op de afbeelding slechts tot op twee derden van de ware grootte is verkleind.

Sluiten