Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van links naar rechts om de punt van de naald; houdt die windingen vast onder den linkerduim, terwijl de draad blijft afhangen naar rechts; haalt naald en draad door; laat de naald vallen; slaat den draad om de pink van de rechterhand; grijpt hem tusschen duim en voorvinger en trekt de windingen, eerst zachtjes en voorzichtig, dan steviger, aan naar rechts. Ten slotte steekt men de naald nog eens aan den voet van het bloemblad in en hecht af of gaat over tot eenen volgenden bouillonsteek. Voor blaadjes werkt men wel eens twee zulke steken dicht naast elkander. Een rand geheel met den bouillonsteek gewerkt, is op de rechterhelft van fig. 4 te zien.

Het hart van het op fig. 9 met den bouillonsteek gewerkte bloempje bestaat uit eenige knoopjes, die ook de met den kettingsteek uitgevoerde palmet omranden. Hiertoe houdt men den draad ook weder onder den linkerduim; laat hem naar rechts afhangen en steekt de naald onder het aldus

terug in haar uitgangspunt; trekt haar naar achteren door en voert haar naar het punt, waar het volgende knoopje moet komen.

Voor dikkere knoopjes neemt men twee of meer draden tegelijk in de naald; maar windt toch altijd slechts één

Fig. H.

gespannen deel van den draad; draait de naald zóó, dat de draad er ééns omgewonden wordt (zie fig. H) steekt de naald weder

Sluiten