Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doorstoppen doet men in heen en weer gaande toeren.

Het stopwerk op den proeflap, fig. 14 is zeer eenvoudig, maar geeft toch eenen uitstekenden achtergrond voor den onbewerkt gebleven bloemvorm. Deze is in omtrek met den steelsteek aangegeven, nadat eerst de fond was doorgestopt met een doorloopende patroon (één draad opnemen en vijf draden laten liggen) waardoor diagonale lijnen ontstaan, een zoogenaamde keper. In dien vorm komt het doorstoppen veel voor bij oud-Duitsch werk en bij Italiaansch borduursel uit den tijd der Renaissance. Het uitgespaarde ornament komt daarbij helder en sprekend uit tegen den kleurigen achtergrond.

Als men bij doorstoppen de draden niet aftelt, maar als een vlak onregelmatig wordt doorgestopt, moet men het ook zóó onregelmatig doen, dat geene lijnen ontstaan, die niet in de bedoeling lagen van den teekenaar van het patroon. Dit is vooral te bedenken, wanneer men, zooals bij Engelsch werk veel voorkomt én ornament èn achtergrond doorstopt. De steken moeten zich dan richten naar de lijnen van het patroon. Zie ook fig. 16.

In het geval van breede, geaderde bladvormen werkt men dan de aderen het eerst; soms ook den omtrek, maar noodig is dit niet, en eindelijk vult men de ruimten daar tusschen met stopsteken straalsgewijze naar de punt van het blad gericht.

Voor zoover bij den stopsteek de draden van het onderliggende weefsel of netwerk worden afgeteld, is hij verwant aan den kruissteek. Wij bezitten zeer fraai Italiaansch werk uit de 16de eeuw met gekleurde zijde uitgevoerd op knoop-

Sluiten