is toegevoegd aan uw favorieten.

De borduurkunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geval is hij in dezen vorm nog na verwant aan den kruissteek. Zeer schoon werk van dit type vindt men bij Middeleeuwsch, bij Renaissance en bij Oostersch borduursel.

Om een vlak regelmatig en in verticalen stand met den platten steek te bedekken, zie de bladvormen op fig. 17, begint men best in het midden der te vullen ruimte en werkt van links naar rechts. Die helft afgedaan zijnde, begint men weder in het midden en werkt nu van rechts naar links.

Om zeker te zijn van eenen vasten en gelijken omtrek van den vorm, verdient het aanbeveling de naald steeds aan den buitenrand in te steken, daar het niet gemakkelijk is om aan de keerzijde het punt te vinden. Men hecht af en aan met een paar steken op de bovenzijde van de stof, die dan later overgewerkt worden en verdwijnen.

Op de bovenhelft van het eene blad op fig. 17 zijn de steken zuiver verticaal gelegd; loonender echter is het om ze in schuine of stralende richting te werken, zooals met twee der andere bloembladen is geschied, die tevens te zien geven, hoe men een vlak in verschillende deelen kan afdeelen, zoowel in het belang der kleurschakeering als om te groote lengte van den platten steek te voorkomen.

Bij gebogen vormen moeten de steken aan de binnenzijde van de bocht veel dichter op elkander staan dan aan de buitenzijde en soms zal het noodig zijn slechts eenen halven steek te werken om de richting te behouden; aan de binnenzijde raakt het einde van dien halven steek dan weder bedekt onder den volgende.