Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iedere voorafgaande rij verspringen. Op de lange , smalle tulpenbladen is de vloszijde gehecht met drie rijen van den gespleten steek, waardoor een aderwerk ontstaat. De gespleten steek vormt daar ook de omranding; voor d tulp en voor den steel heeft men daartoe den steelsteek

gekozen.

Bij veel Engelsch werk wordt een overspannen vorm niet omrand, zie fig. 22. De breede stengel van die zelfde figuur doet scherp afgeteekende kleurschakeeringen zien. Dat hindert niet bij krachtige vormen, zooals deze, die zich voor deze techniek het beste leenen. Men kan ook te schroomvallig zijn bij het maken van overgangen; men dat tegenwoordig wel eens al te zeer.

Het hechten der gespannen draden komt het sterkst uit, wanneer het met eene andere kleur gewerKt wordt, of wanneer de overspanning over eene lichte vulling is gewerkt, zooals bij den stengel op fig. 22. Hoe dichter de kruisende lijnen bij elkander komen, hoe steviger het werk wordt; maar ook zooveel te minder krachtig van glans.

Als de gespannen zijden draden op hunne plaats worden gehouden door lange kruisende draden, die dan op hunne beurt weder door tal van kleine steken kruisgewijze worden gehecht, spreekt men wel eens van opnaaien• ^ andaar dikwijls eenige begripsverwarring tusschen de beide bewei kingen overspannen en opnaaien. Die wordt het best voorkomen door van overspannen alleen te spreken bij de lange zijden steken, die los op de oppervlakte van de stof worden gelegd, om later te worden bevestigd door kruisende lijnen op verschillende wijzen gewerkt; en door het woord op

Sluiten