Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Do hechtsteken te willen verbergen door in het op te naaien koord te steken getuigt van klein begrip. Is eenmaal de wijze van bewerking gekozen, dan moet het werk daarvan ook den stempel dragen.

Sommige borduursters hebben den slag om eene koord terug te draaien vóór iederen steek en het daarna weder in te draaien, zoodat de hechtsteken tussclien den streng verdwijnen. Dit verdient nauwelijks aanbeveling. Na de voltooing van het werk ziet men eene koord, die op geene enkele zichtbare wijze op den ondergrond is bevestigd. Dit resultaat is niet wenschelijk, hoeveel moeite men er zich ook voor gegeven mag hebben; het heeft allen schijn of de koord op de zijde is gelijmd en goochelkunstjes zijn wel aardig maar zij voldoen niet op den duur, ook niet bij naaldwerk.

Als men eenen draad zachte, soepele zijde opnaait, maakt het een groot verschil of men hem strak gespannen of slechts losjes langs de lijnen van het patroon houdt. In het laatste geval zal hij zich als het ware parelend vertoonen (de zoogenaamde dofjessteek) tengevolge van het oprijzen der veerkrachtige zijde tusschen twee strak aangehaalde hechtsteken.

Bij oud Duitsch borduursel uit de 16de eeuw op laken en zware wollen stoffen zijn soms breede vormen geheel gevuld met opgenaaid koord in dichte rijen langs elkander gelegd. Voor laken, dat met vele andere technieken moeilijk te bewerken is, was dit goed gekozen.

Het bedekken van eenen geheelen achtergrond met opgenaaide draden komt voor bij het restaureeren van on-

Sluiten