Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en 42 de omranding met meer dan éénen draad legt, geeft het omgaan van den hoek wel eens eenige moeilijkheid. De draden voegen zich natuurlijk het best om zachte, ronde bochten. Wenscht men eenen scherpen of zuiver rechten hoek, dan doet men best den binnensten draad niet tot het uiterste punt door te leggen maar dien eerst weder te vatten als men den buitensten draad juist op het

hoekpunt goed gehecht heeft.

De vraag met welke kleur van zijde gouddraad moet worden opgenaaid, is een® vraag van groot gewicht; want de steken, vooral als zij dicht op elkander komen, deelen altijd iets van hunnen gloed mede aan het goud. Bij middeleeuwsch en Oostersch werk trachtte men den glans van het goud nog te verhoogen door het met roode steken te hechten. Bij Chineesch werk zijn zelfs wel eens twee nuancen van rood gebruikt om twee koperachtige tinten te verkrijgen. Witte steken doen het goud wat verbleeken, gele zijn neutraal, groene geven iets kouds en blauwe werpen een groenachtig waas. Hoe dichter men de hechtsteken bij elkander legt, hoe sterker het verschil van tint.

Zoo kan men met eenen zelfden gouden draad tal van kleurschakeeringen verkrijgen, zooals bij veel Spaansch werk uit de 16de eeuw, waarbij de gloed van één stuk goudborduursel wisselen kan van geel tot koperrood en bronsgroen. Hetzelfde kan men ook bereiken door eene zijden koord met steken van verschillende kleur te hechten; maar goud weerspiegelt de kleur van het opnaaisel beter

dan zijde dit doet.

Bij Hollandsch en Italiaansch werk uit den tijd der

Sluiten