is toegevoegd aan uw favorieten.

De borduurkunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het opleggen van leder op fluweel, of op satijn als bij fig. 27, vraagt eenige wijziging in de afwerking. Leder rafelt niet, behoeft daarom ook geene omranding. Het wordt opgenaaid met hechtsteken op eenigen afstand van den buitenrand der vormen, waardoor als het ware eene dubbele omlijsting wordt verkregen.

Bij Chineesch werk worden wel eens kleine vijfbladerige bloempjes van linnen (dat aan den rand omgevouwen wordt) opgehecht met vijf lange steken, evenals meeldraden uitgaande van het hart dat met een paar knoopjessteken wordt gewerkt.

Bij ingelegd, werk wordt de eene stof niet öp maar in de andere gelegd, dikwijls met stevig linnen voor eenen gemeenschappelijken ondergrond. Het denkbeeld hiervan is geheel gelijk aan dat van inlegwerk met paarlemoer en schildpad. Het is fraai en degelijk werk, maar moeilijken zeker niet aan te bevelen voor wie met weinig inspanning veel willen bereiken. Ingelegd werk leent zich het best voor dicht geweven stoffen, die niet rafelen, zooals laken bijvoorbeeld; dunne stoffen, worden vooraf op papier gelijmd.

Twee stoffen, liefst van gelijke dikte maar van afstekende kleur, rijgt men dan vlak en glad op elkander en bevestigt ze met hechtpennetjes op een teekenbord. Vervolgens schuift men eene glazen plaat tusschen de stof en de plank en snijdt met een scherp puntig mes, dat men rechthoekig boven den vorm houdt, langs de lijnen van het patroon door de beide lagen stof. Wat uit de eene stof gesneden werd, past dan juist in de andere en dat twee malen; wat in het ééne geval den grond vormt, is in het andere het