Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat men dan nog hier en daar dubbel kan leggen. Voor smalle vormen en enkele lijnen zoowel bij goud- als bij zijdeborduursel kan macramé-koord dienst doen, ook fijn touw, soms zelfs tapisseriewol; al naar men eene lenige, veerkrachtige of eene vaste, harde onderlaag verlangt.

Soms wordt opgevuld met watten, die men zoo goed mogelijk naar den vereischten vorm kneedt als het ware, en met eenen fijnen katoenen draad hecht, om ze daarna dicht en vast te overspannen met den platten steek in gekleurde vloszijde, of, als het goud- of zilverborduursel geldt, eerst nog met eenen gelen of witten borduurdraad vóór men het metaal er over heen werkt. Eene dergelijke opvulling is echter lang niet zoo degelijk als eene vulling gelegd met steken van zacht katoen in eene richting tegenovergesteld aan die, waarin men later zal borduren.

Goud- en zilverdraad wordt ook wel eens opgenaaid over dun touw in niet al te dichte rijen gelegd. Eene groote verscheidenheid van patronen kan ontstaan naarmate men de hechtsteken op verschillende wijze over het touw laat verspringen of het metaaldraad drie, vier of vijf dubbel neemt. Fig. 28 geeft hiervan een voorbeeld.

In de middeleeuwen werden de prachtgewaden van vorsten en prelaten als het ware overdekt met paarlen en in goud gevatte steenen, die men op de stof bevestigde. De oudste Byzantijnsche vorm eener kroon was feitelijk niets anders dan eene fluweelen muts, waarop stukjes émail en schitterende steenen waren genaaid. Dientengevolge kwamen voor dit soort van borduursel ontwerpen in zwang, waarbij de motieven waren ontleend aan de goudsmidskunst.

Sluiten