Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DOORNAMEN.

Eene zeer gewettigde toepassing van het opvullen wordt gemaakt bij het doomaaien, dat zoowel aan de verfraaiing als aan de doelmatigheid kan ten goede komen. Bij het doornaaien worden twee stoffen op elkander gelegd, met iets zachts, soms-ook wel met niets, er tusschen.

Als men twee lagen stof op elkander naait langs golvende of zich snijdende lijnen, heeft de stof tusschen die lijnen eene neiging om bol te gaan staan. De stoffen sluiten dan alleen op de plaatsen, waar zij gehecht zijn, en er ontstaat eene niet onaardige afwisseling van hoog en laag. Als men den achtergrond vlak houdt door dichte rijen hechtsteken (rijgsteken, stiksteken, kettingsteken) die daartoe in bepaalde groepeeringen kunnen worden aangebracht, zal het ornament in tegenstelling daarmede oprijzen en een relief vormen. Dit resultaat wordt nog versterkt, wanneer men tusschen de beide stoffen iets zachts, bijvoorbeeld eene veerkrachtige laag dons of watten heeft ingevoegd.

Men kan ook enkel de lijnen van het patroon opvullen door daar langs zacht koord in te schuiven. Hiertoe verbindt men de beide stoffen in dubbelen omtrek van het patroon, en schuift dan aan de achterzijde het koord tuskaber, De Borduurkunst. 6

Sluiten