Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breedere lijnen en smalle banden voldoen de taksteek en de vischgratensteek met hunne varianten beter; voor de afwerking van eenen buitenrand is de festonneersteek aangewezen; de laddersteek biedt het voordeel aan, dat hij aan beide zijden eene vaste afsluiting heeft. De platte steek, opnaaien en overspannen kunnen wel worden toegepast voor smalle vormen; maar zij zijn daar toch niet

het best op hunne plaats.

Voor vlakvullingen zijn de kruissteek, de steelsteek en de platte steek met zijne varianten de vedersteek en de ingrijpsteek aan te bevelen, en — bij het gebruik van gouddraad — ook het opnaaien. Knoopjes vinden alleen bij kleine ruimten, als het hart eener bloem, eene toepassing.

Geene indeeling is echter mogelijk zonder de steken tot hunnen grondvorm terug te brengen, en alle fantaisie- en modesteken te schrappen. Maar het is toch goed om de verschillende namen, waaronder iedere steek bekend staat, te weten, al is het noodig om het aantal dier benamingen zoo klein mogelijk te houden.

Zelfs als men de verschillende steken tot de enkele hoofdsoorten terug brengt, zijn er nog veel te veel, ten minste veel meer dan volstrekt noodig is. In vele gevallen is een bepaalde steek eigenlijk ook niets anders dan eene bepaalde wijze van toepassing van eenen anderen steek. De vedersteek geeft slechts het verschil van richting aan, waarin de platte steek aan weerszijden van den ader van eenen smallen bladvorm wordt gelegd. Het is alleen de hellende of wel loodrechte stand der steken die den schuinen en den rechten steek van den platten steek onderscheidt.

Sluiten