Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ideaal, dat zelden voorkomt. Als dat het geval is, kan het zeer gelukkig wezen, als bij fig. 35, met fig. 25, fig. 31, en fig. 27, geheel van de hand van Mevrouw I. van Emstede Winkler. Maar het jagen er naar eindigt gewoonlijk daarmede, dat een goed ontwerp bij de uitvoering schade lijdt door gebrek aan vingervaardigheid, of dat voortreffelijk werk wordt verspild aan eene armzalige

patroonteekening.

De studie van compositie, van stijl- en ornamentleer zijn vakken, die iedere borduurster moet beoefenen. Niet zoozeer echter om zelve te kunnen ontwerpen, wat zij werken zal, dan wel in de eerste plaats om te kunnen zien, of een ontwerp werkelijk goed is en in de tweede plaats om bekwaam te zijn tot het aanbrengen der in menig geval onvermijdelijke wijzigingen door de toepassing van het patroon geëischt. Als zij bij die behandeling van een ontwerp, dat het hare niet is, ontdekt, dat zij zelve de gave van vinding en samenstelling bezit, zoo zal zij ook wel van zelf niet nalaten, dat talent te beoefenen. Wie den drang om te ontwerpen in zich voelt, behoeft verder geene aanmoediging — hij ontwerpt.

Het ware niet noodig geweest hier op nader in te gaan, ware het niet om het heden ten dage algemeen heerschende dwaalbegrip, dat de beoefenaar van eenig kunstambacht, welk het ook zij, verplicht is zelf te ontwerpen, wat hij ten uitvoer brengt. Die theorie is valsch en hard. Eene borduurster mag er zich niet door laten ontmoedigen. Laat haar — tenzij eene inwendige roeping tot scheppen haar drijft — tevreden zijn met het leveren van fraai borduur-

Sluiten