Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kunst om bij de borduurkunst eene krachtige werking te bereiken met één of twee tinten enkel en alleen door de plaatsing der steken. Door een voortdurend veranderen van richting brengen zij een spel van licht en donker te weeg, dat nog geheel iets anders is dan ronding of modelleeren. Bij kleurschakeeringen geven zij duidelijk aan, waar de eene kleur eindigt en de andere begint. Zij hebben eene groote voorliefde om de verschillende kleurpartijen zelfs nog gescheiden te houden door fijne lijnen van den ondergrond daar tusschen onbewerkt te laten.

Bloemen, planten en vruchten zijn van alle natuurvormen wel de meest loonende en de meest geschikte voor het ontwerpen van borduurpatronen. De beste en schoonste conventioneele ornamentmotieven, de Egyptische zonnebloem en lotus, de Perzische aster, de Grieksche camperfoelie, zijn onmiddellijk in hunne volle levenskracht aan de natuur ontleend. Maar voor een oordeelkundig gebruik, eene goede toepassing, is studie noodig, met moet ze, wat men noemt styleercn. Hieronder is allerminst te verstaan eene grove, vage navolging der natuur, maar degelijke kennis van samenstelling en hoedanigheden. Om te beginnen moet men vertrouwd zijn met het kenmerkende van iedere plant, eer men zijn ontwerp begint. De aanzet van bladen en bloemen, de wijze, waarop zij aan den stengel ontspruiten is van het hoogste belang. Zie fig. 36. Niet zelden gebeurt het, dat eene borduurster, onbekend gebleven met de beteekenis van het ontwerp en de samenstelling van een patroon, bevreesd is losse bladeren onderling te verbinden door het bijteekenen van een stengel, die bij het

Sluiten