Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ventioneele ornamentiek doen ontstaan, die door haar veelvuldig gebruik voor kerkelijke doeleinden ten slotte kerkborduursel is genoemd. Maar er is geen enkele inzonderheid gewijde steek, geen enkele, die bepaaldelijk aan de Kerk behoort en waarschijnlijk ook geen enkele, die in dienst der Kerk werd uitgevonden. Want de borduurkunst is eene overoude kunst. Kleedingstukken werden geborduurd voor wereldlijk gebruik, lang vóór men er aan dacht de kerken te versieren en alle Europeesche wijzen van bewerking zijn afkomstig van Oostersch werk, dat reeds vroeg in het Westen aftrek vond. Van Phrygië, dat de bakermat der borduurkunst wordt geacht te zijn, kwam het naar Griekenland en van Griekenland naar Italië, het voorportaal onzer Westersche kunst.

Het Christendom bracht nieuwe motieven en ontwerpen, maar geene nieuwe techniek. De wijze van werken in de nonnenkloosters van het Westen was in beginsel geheel gelijk aan die, welke in de harems van het Oosten reeds tot eenen verwonderlijken trap van ontwikkeling was gebracht.

Borduursel bestemd voor kerkelijk gebruik is natuurlijk afhankelijk van de Kerk als gebouw, als plaats van eeredienst. Maar kerkborduursel is dikwijls een handelsnaam, waaronder veel zielloos werk in omloop wordt gebracht. De ware toetststeen van geschiktheid voor kerkelijk gebruik is de aanwezigheid van godsdienstig gevoel, dat er uit spreekt, en dat is zeldzamer dan men denkt. Dat wordt echter zeker niet gemist in den kelkpal afgebeeld op fig. 41. Treffend is daar de wijze, waarop de passiebloemen in de hoeken en de doornenkroon, aangebracht als omlijsting van de fijne

Sluiten