Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het werken uit de hand blijft er altijd grooter gevaar voor trekken, ofschoon het werk, dat in een raam werd ge borduurd, bij het losmaken ook wel eens ongedachte teleurstelling kan geven in dat opzicht. Men spanne de stof daarom niet te strak, daar zij dan rekt. Bij het borduren zonder raam moet men zich, ter voorkoming van het intrekken, aanwennen de stof over drie vingers te nemen en met duim en pink vast te houden, zoodat de hand niet gesloten wordt.

Men bedenke ook wel, dat de steek zich moet voegen naar den aan te geven vorm. Als men bijvoorbeeld eene gebogen lijn wil werken met den vischgratensteek moet men aan de buitenzijde van de bocht telkens iets meer stof opnemen dan aan de binnenzijde.

Men moet aanhechten hetzij met eenen knoop, hetzij met een paar steken op de bovenzijde van het werk. De knoop wordt weggeknipt, nadat de eerste steken gelegd zijn en de hulpsteken verdwijnen later onder het werk. Knip den draad, die niet meer noodig is, door; breek hem nooit af, het rukt de laatst gelegde steken uit hun verband.

Als men met eenen dubbelen draad zijde of wol wil werken, is het beter niet éénen enkelen draad dubbel te leggen, maar twee afzonderlijke draden te samen in de naald te nemen. De vier draden, die langs het oog nedervallen, maken dan eenen ruimeren weg door de stof, waar de draad gemakkelijker doorgaat. Ook mag de draad niet te stijf worden aangehaald; het effect is dan voller en rijker.

Aan den eens gekozen steek moet men zich houden; maar altijd met verstand en overleg. Opgelegd werk kan worden

aangevuld met den platten steek bijvoorbeeld. Maar alle

9*

Sluiten