Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder den schijn van verdichtsel, een waarschijnlijk feit, dat overigens met andere geschiedkundige documenten van onbetwistbare echtheid overeenstemt. Sonnerat laat zich als volgt uit: „De boetelingen waren door hunne offeranden en gebeden tot een hoogen graad van macht geraakt; maar om die te behouden moesten hun harten en die hunner vrouwen altijd rein blijven. Doch Siva of Chiven had de schoonheid der laatsten hooren roemen en hij besloot haar te verleiden. De gedaante van een jongen bedelaar (') van een volmaakte schoonheid aangenomen hebbende, noodigde hij Vischnoe uit, die van een mooi meisje aan te nemen, en naar de plaats van bijeenkomst der boetelingen te gaan, om hen verliefd te maken. Vischnoe ging er heen, en hen voorbijgaande, wierp zij hun zulke teedere lonkjes toe, dat zij allen verliefd op haar werden; zü lieten hun offeranden in den steek om deze jonge schoonheid te volgen. Hun hartstocht werd aldus steeds grooter, zoodat zij eindelijk zielloos neerstortten en hun kwijnende lichamen op was geleken, dat bij de nadering van vuur wegsmelt.

„Chiven ging van zijnen kant naar het verblijf der vrouwen, evenals de bedelaars in eene hand een flesch water houdende en als zij zingende. Zijn zang had zooveel bekoorlijks, dat al de vrouwen zich om hem vereenigden; en de gestalte van den zanger volbracht verder, wat zijn stem begonnen had. De verwarring was zoo groot, dat eenigen

(') De bedelaars of Fakirs loopen in Indië het land af bij duizenden, bijna naakt en buitengewoon vuil. Hunne bezoeken geven, volgens Strabo, de vruchtbaarheid aan de vrouwen. Het volk beijvert zich hun alle mogelijke eer te bewijzen, en de mannen verlaten hun dorpen om den monniken vrij spel te laten. (Rosenbaum).

Sluiten