Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij weten, dat die Indische meisjes balletten opvoeren; maar de akkoorden der stemmen en der instrumenten, de geur der oliën en der bloemen, misschien zelfs de verleiding der bekoorlijkheden, waarmede zij op de toeschouwers werken, alles vereenigt zich langzamerhand, om verwarring en dronkenschap in haar zinnen te verwekken. Evenals bij de aulétriden van Griekenland schijnt somtijds een zachte aandoening, een ongekend vuur haar te overmeesteren. Verwonderd, bewogen, trillende schijnen zij onder den indruk eener te machtige illusie te bezwijken. Zoo hebben zij door gebaren, door de meest sprekende houdingen van het lichaam, door onderdrukte en hevige zuchten en fonkelende blikken, soms een zacht smachtend verlangen uitdrukkende, eerst de verlegenheid der schaamte, daarna het verlangen, de ongerustheid en de hoop, en eindelijk de bedreigingen en het ongeduld van den wellust weten weer te geven.

„De Bayaderen, Indische danseressen," zegt Raynal (*), „leven in troepen vereenigd in de seminaria van den wellust. De best saamgestelde gezelschappen van deze soort zijn aan de rijke en druk bezochte pagoden gewijd. Hare bestemming is in de tempels te dansen en de genoegens der brahma's ter wille te zijn. Om aan de volkeren het schadaal van zoo'n buitensporig leven te verbloemen, zijn al die vrouwen gewijd aan den dienst der altaren. De bevolkingen schikken zich des te gewilliger aan dit soort van bijgeloof, omdat het binnen een enkele omheining de toomelooze lusten van een troep monniken opsluit, en zoodoende haar vrouwen en dochters beschermt tegen verleiding.

(1) Raynal. Histoire philosophique des Deux-Indes.

O O

Sluiten