Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ rouwen terug, zich aan de wettelijke prostitutie overgevende, waarin zij sedert hare kindsheid geoefend waren.

De eeredienst van Baal-Péor, Moloch, Astarte en andere gelijksoortige godheden, waarvan de naam alleen veranderde naar het land, bestond dus in de prostitutie der vrouwen en der mannen, en in het bedrijven van pederastie. Het was hetzelfde in Egypte in de mysteriën van Isis en Osiris; maar het moet gezegd worden, dat deze onreine ongebondenheid der zinnen vooral de geliefkoosde ondeugd der Pheniciërs, Syriërs en Lydiërs was, die haar in alle landstreken, die zij bezochten, verspreidden. De apostel Paulus van deze volken sprekende, schreef: „hun lichaam was vol lusten. God liet hen over aan de ontucht, opdat hun lichamen onteerd zouden worden." Evenals de vrouwen tegennatuurlijke genoegens in de plaats stelden van het natuurlijk sexueel genot, zoo begeerden de mannen, de samenleving met vrouwen opgevende, individuën van hun geslacht en deden zij met hen schandelijke dingen. De bijslaap volgens de wetten der natuur behoorde in Azië tot den eeredienst van Yenus, maar de pederastie maakte er ook deel van uit.

Deze prostitutie van den man was de oorsprong van de ontmanning bij de Oosterlingen. Lucius zegt het zeer duidelijk in deze passage C1): „Toen men nog onder de zeden van den ouden tijd leefde, ontzag men nog de deugd, de dochter der goden, men hield zich aan de wetten der natuur en zij, die op een betamelijken leeftijd huwden, brachten krachtige kinderen voort. Van lieverlede zocht men, van het verheven gebied der zedenleer in den afgrond der losbandigheid afdalende, de geslachtsgenietingen

(1) Amores, Cap. 20—21.

Sluiten