is toegevoegd aan uw favorieten.

De prostitutie bij de volken der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den tempel van Amathonto was trouwens vertegenwoordigd door een standbeeld van een gebaarde vrouw, met de kenteokenen van een man en in vrouwenkleeren; terwijl hij te Paphos ter eere van de godin van Cipris voorgesteld werd in den vorm van een eenvoudigen wit steenen kegel.

§ D. De Aziatische Venusses.

De Assyrische Venus droeg den naam van Mylitta of Milidath, dat, volgens Scaliger, genitrix beteekent, want er lag in haar het denkbeeld van een wezen, dat de oorsprong van alle anderen was. De Perzen noemden haar Mitha en de Arabieren Alitta, zooals Herodotus en Selden aanduiden. Volgens den abt de la Chau werd zij door de Chaldeërs onder den naam van Delephat, door de Babyloniërs onder dien van Salambo, door de Saracenen onder dien van Cabar aangebeden. In Syrië en in Phenicië noemde men haar Astarte of Assera; in Armenië, Anaïtis of Anais. Te Askalon en te Joppe was zij Derceto. Deze werd in de gedaante van een vrouw voorgesteld, wier onderste lichaamshelft in een vischstaart eindigde.

In beginsel was Mithra of Militta niets anders dan de hemelsche Venus of de liefde als de oorsprong van de voortteling. In verscheiden Oostersche dialecten beteekent Mithra inderdaad licht en liefde. Volgens Herodotus namen de Perzen dezen eeredienst van de Indiërs over, en brachten zij dien weder bij de volken van Cilicië over.

De Hammer beschouwt Mithra als de genius van de zon, Ized. De naam van dezen genius, is Mihr; en dit woord beteekent in het Perzisch nog Ized, de zon en de liefde.