Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

priesters zich dan met het werk voor de personen van aanzien (l). Waren er overigens niet de Phallou en andere Priapen van hout, bestemd om het maagdelijk vlies te verbreken? Onze meening is, dat het voor alles een geldquaestie gold, en dat de vreemde kooplieden, die in de havensteden woonden, deze maagdelijkheid ruim betaalden, die dus onder de voornaamste inkomsten van de tempels en van de arme huisgezinnen gerekend werd. Men vindt er het bewijs van in de huwelijksplechtigheden van zekere stammen: „Bij de Nasamons, een volksstam van Lydië," verhaalt Herodotus, „staat de bruid den eersten nacht van haar huwelijk hare gunsten aan alle gasten toe, en ieder geeft haar iets cadeau, wat hij van huis meegebracht heeft (2). De handel der maagdelijkheid heeft sinds langen tijd aan meisjes een uitzet bezorgd, dien zij niet bezaten. De anderen der bevoorrechte klassen, hadden de hulpbron in den tempel der godin slavinnen te onderhouden, die, bekend onder den naam hiérodules permanentes, zich belastten voor haar de schatting van de gewijde prostitutie aan te zuiveren.

Zoo verloor Venus haar karakter van godin der voortteling, om de beschermster te worden van ontuchtige liefde. De tempels en de bosschages hielden op de plaatsen te zijn, waar de twee seksen zich vereenigden met het doel der voortteling, en eindigden met plaatsen van losbandigheid te worden, de offeranden waren niets meer dan de schatting aan de prostitutie betaald; de tempels werden werkelijke publieke huizen, waarin de priesteressen van Mylitta of

(1) Sonnerat vertelt in zijn Voyage aux lndes orientale», dat de koning van Calicut aan zijn hoofdpriester 500 kronen betaalt, oin bij zijn vrouwen den Venusgordel te ontknoopen.

(2) Herodotes, Lib. N, Cap. 172.

Sluiten