Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

streng de wasschingen en de zuivering van alle door hen besmette kleederen bevolen had.

In weerwil van al deze door den wetgever genomen voorzorgen maakte de venerische ziekte dusdanige vorderingen onder de Joden gedurende hun langzame omzwervingen in de woestijn, dat Mozes gedwongen werd al degenen, die ermede besmet waren, uit het leger weg te jagen. (Numeri V.)

Met deze voorwaarden van vatbaarheid voor bijzondere aandoeningen der geslachtsorganen kwamen de Hebreeuwen in het beloofde land aan, dat door de aanbidders van BaalPeor, Moloch, Mylitta, Astarte en andere goden en godinnen der gewijde prostitutie bewoond was. Reeds hadden zij, toen zij door de landen trokken, die door de Moabieten, Ammonieten en Syriërs bewoond waren, min of meer de zeden, de geloofsleer en de ondeugden van die verdorven volken overgenomen. Een laatste maal beproefde Mozes hen te beletten tot de afgoden der wulpschheid te gaan, waarvoor zij een aanzienlijke aantrekking gevoelden. Hij zeide hun: „Wie van de zonen Israëls van zijn zaad aan Moloch zal gegeven hebben, zal met den dood gestraft worden; het volk zal hem steenigen. Gij zult in den tempel van den Heer het salaris van de prostitutie, noch den prijs van den hond offeren, welke ook de gelofte zij, die gij gedaan hebbet, omdat deze beide dingen een gruwel zijn voor den Heer, uw God."

De bedreigingen van Mozes waren, niettegenstaande zijn verbod en de bestraffingen, tevergeefs.

De Hebreeuwen kenden den eeredienst van Baal en de ongemakken, die er het noodlottig gevolg van waren. Zoo zullen wij, als wij het oude testament opslaan, een kost-

Sluiten