is toegevoegd aan uw favorieten.

De prostitutie bij de volken der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om door den grooten wetgever van het Hebreeuwsche volk den moord van 23,000 krijgsgevangenen en het ter dood brengen van al de vrouwelijke gevangenen (er waren er 32,000), die gemeenschap met mannen gehad hadden, te doen bevelen. Alleen de maagden werden gespaard.

Na deze venerische epidemie, gedurende welke door het Joodsche volk de wetten der hygiëne verwaarloosd waren geworden, gelastte Jozua, toen hij in het land van Canaan aankwam, in naam van Jehovah de besnijdenis van alle kinderen Israëls, een bewerking, die in den aanvang op den berg Araloth door middel van steenen messen plaats had. Niettegenstaande dit verdween de ziekte van Péor, die kenbaar was aan onreine vloeiingen en zweren aan de geslachtsdeelen, nooit geheel bij het Joodsche volk. De ziekte werd, niettegenstaande de strengste verbodsbepalingen van den godsdienst, door de prostitutie der vrouwen onderhouden.

Zij gaven zich niet evenals de Moabitische vrouwen in de tempels over, noch prostitueerden zich als bij de andere volken van Azië, volgens den eeredienst van Mylitta; maar velen onder haar oefenden het beroep van publieke vrouw uit, zooals verscheidene passages uit het Oude Testament bewijzen. Volgens het Boek der Koningen (*) stonden er in de nabijheid van den tempel te Jeruzalem hutten in den vorm van cellen met de beelden van Astarte, waarin de Joodsche meisjes zich ter eere der godin voor geld prostitueerden.

Zooals men ziet, is het Hebreeuwsche volks, evenals alle Oostersche volken, een der ijverigste verspreiders geweest van de syphilis en de prostitutie in de oudheid. Deze gevolg

(1) Boek der Koningen. II, Hoofdst. 17 vers 30.