Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekking kan niet betwist worden, niettegenstaande de strijdige beweringen, die opgeworpen zijn, en door den Joodschen godsdienst gestelde voorschriften ten aanzien van de gezondheidsleer.

Talrijke documenten bewijzen inderdaad, dat de prostitutie bij de Joden een algeheele vrijheid genoot en niet als onteerend beschouwd werd. Jephta, die als opperbevelhebber aan het hoofd van hun legers stond, was de zoon van een lichtekooi en zonder zijn belangen te schaden, kon hij de maagdelijkheid van zijn dochter aan Baal opofferen. Met reden dus hebben al de geschiedschrijvers bevestigd, dat de „geesel der prostitutie, evenals de melaatschheid, het Joodsche volk bleef aankleven," niettegenstaande de gevaren die zij voor de openbare gezondheid opleverde, zooals men het eenen keer te meer kan staven in een hoofdstuk van de Spreuken van Salomon, waar deze duizend-vrouwen-rijke vorst zegt: „Honing vloeit van de lippen eener lichtekooi, hare mond is zachter dan olie, maar zij laat sporen na, die bitterder zijn dan alsem en snijdender dan een tweesnedig zwaard...Deze woorden kunnen wel als de bekentenis uitgelegd worden van een venerische ziekte, die de Joodsche monarch tengevolge van een der talrijke erotische plechtigheden opliep, waaraan hij in de tempels van Astarte en Moloch deelnam. (l)

(1) Salomon aanbad Astarte, godin der Sydoniërs; Camos, god der Moabieten, en Moloch, god der Ammonieten; hij stichtte voor al die valsche goden tempels en beelden op den berg, die tegenover Jeruzalem gelegen was; hij brandde wierook voor hen en bracht hun onreine offeranden. Zijn vrouwen en bijwijven waren de priesteressen bij deze offeranden. In dat tijdperk had de prostitutie bij het Joodsche volk een wettig, erkend en beschermd bestaan. De heldinnen van het vermaarde oordeel van Salomon waren twee prostitué's (meretricea.) (Dufour.)

Sluiten