Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

open, alleen verhinderde een hel gekleurd voorhangsel den voorbijgangers hun onbescheiden blikken naar binnen te werpen. Achter dit gordijn stond een oude Thessaalsche vrouw, die eenigszins in de hoedanigheid van tooverkol drankjes en reukgoed verkocht; hare bezigheden waren de bezoekers binnen te laten, hun inlichtingen te geven en waarschijnlijk ook het entreegeld te ontvangen.

Dit entreegeld was in de vrije dictérions niet hetzelfde als in die van den staat; en het verschilde ook volgens de weelde, die er heerschte en de vrouw, die men koos; maar het was vrij hoog en bedroeg soms een gouden stater f8.72. Ook brachten de groote dictérions van Griekenland ruime voordeelen op aan hen, die ze hielden en aan de eigenaars der gebouwen. De openbare losbandigheid heeft ten allen tijde veel lieden rijk gemaakt, die weinig nauwgezet zijn over den oorsprong van het geld, dat voor hun begeerlijkheid noodig is.

De Grieksche dictérions werden als inrichting zoo noodig beschouwd voor de handhaving der openbare zeden, dat zij door de wetgevers als schuilplaatsen erkend werden. Zij waren dus onschendbaar. Binnen hun muren kon de gehuwde man niet van overspel beschuldigd worden, de vader kon er zijn zonen niet zoeken, evenmin als de schuldeischer er zijn schuldenaars kon vervolgen. Demosthenes zegt het in een zijner pleidooien: „De wet staat niet toe op overspel te betrappen bij vrouwen, die in een huis van prostitutie zijn of die zich neerzetten om hetzelfde bedrijf op een openbaar plein uit te oefenen," de dictérions waren dus onder bescherming der wet geplaatst als inrichtingen van openbaar nut, om in de physiologische behoeften der vreemdelingen en jongelieden te voorzien. Dit was zeker wel de onzedelijk-

Sluiten