Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Theomnestes, een ander rechter in het debat, „lacht om de vermeende reinheid der wijsgeerige liefde, en eindigt met de schildering van een verleiding, waarvan de naaktheden nauwelijks verdraagbaar zijn in het kleed van de Grieksche taal." Het is Chateaubriand, die deze passage aldus vertolkt, en hem tot de gevolgtrekking leidt, dat de grootste personages van Griekenland en de grootste namen onder het juk van deze vernederende hartstochten gebukt gingen. Alexander deed zijn soldaten blozen om zijn gemeenzaamheid met den gesnedenen Bagoas. Sophocles gaat uit Athene met een jongen, die hem zijn mantel steelt; Euripides bespot Sophocles en verklaart hem, dat hij hetzelfde schepsel voor niets gehad heeft.

Een ander feit: In de samenspraak der Courtisamn van Lucianus hoort men Chelidonion aan Drosé voorstellen met houtskool op de muren van het Ceramicon te schrijven: Aristenet corrupit Clinias. Deze Aristenet was een wijsgeer die Clinias van Drosé geschaakt had.... Het is stichtend!

Zoo waren de Grieksche zeden! De dichters bezongen de tegennatuurlijke liefde der goden, van Minos voor Theseüs, van Laïus voor Chrisippus. Hiëronanymus, de peripatetische wijsgeer, prees de pederastie en roemde het legioen van Theba; en Agnon, het lid der Academie, beschouwde de prostitutie van beider kunne voor het huwelijk bij de Spartanen geoorloofd.

Halen wij nog een zeer zonderlinge passage aan van Dion Chrysostomus ('), die de verschrikkelijke verspreiding bewijst, welke de pederastie bij de inwoners van Tarsus genomen had, en die een denkbeeld kan vormen, wat toen

(1) Orationes XXXIII vol. II.

Sluiten