Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zoo het onmogelijk is altijd de fluit te hooren spelen, en indien, zooals men zegt, het verblijf op de rots, die van den zang der sirenen weerklinkt, ondragelijk is, welk deugdzaam man zou kunnen wennen aan deze onwelluidende en rauwe tonen? Wie langs een huis gaat, waarin hij dit klagen hoorde, zou zeker denken, dat het een bordeel is; maar wat zou hij van een stad zeggen, waar die zuchten zijn oor op alle plaatsen, op elk uur, in elke minuut treffen ?

„De pederastie wordt in de straten, in de huizen, op de openbare pleinen, in den schouwburg, op de gymnasiën gepleegd. Ik voeg er aan toe, dat ik tot heden nog geen fluitspeler gehoord heb, die zich 's morgens vroeg op zijn instrument oefende, terwijl het afschuwelijk misbaar deipederasten reeds bij het krieken van den dag aanvangt.

„Waarlijk, ik verheel mij niet, dat men mij beschuldigen zal ongerijmdheden te vertellen, als ik van deze zaken spreek; zij zijn evenwel niets minder dan nietig. Gij die op uw karren groenten naar de markt brengt, kijkt niet alleen op uw weg naar de groote hoeveelheid wit brood en naar het versche en gezouten vleesch, maar beschouwt deze afschuwelijkheid ook eens met dezelfde oplettendheid.

„Zoo iemand in een stad kwam, waar die ondeugd met den vinger aangewezen kon worden, wat zou hij van zoo'n plaats zeggen? Wat zou het wezen, indien allen er met het kleed opgetrokken wandelden, alsof zij in de modder liepen? Weet gij dan niet, vanwaar uw schande komt, die aan uw vijanden het recht geeft u te verachten ? En waarom noemt men u Kerchidas ? Weinig kan het u schelen, wat anderen van u zeggen, maar wel wat gij zelf doet.

„Is het niet afschuwelijk (en ik denk) gevaarlijker dan de pest door een ziekte zekere mannen van het volk te

Sluiten