Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het nummer van hetzelfde journal heeft twee andere navolgingen van Louis Gorsse en C. de Guerle. Er bestaan er nog meer, maar wij zijn een bizondere vermelding verschuldigd aan den Engelschen schrijver van den lofzang aan Venus, Addison, die in zijn verzen die trapsgewijze ontwikkeling der beelden en der gewaarwordingen heeft weergegeven, wat door Longin zoo bewonderd is geworden en door Cetullen zoo goed is weergegeven.

De titel, door Sapho aan de ode gegeven, laat geen twijfel over, dat het een harer beminden was, die ze haar inboezemde. De eenvoudige, woordelijke vertaling, die ik mij veroorloof ervan te maken, zal bij benadering de geheele hartstochtelijkheid ervan doen begrijpen:

„Hij schijnt mij gelijk aan de goden, die uw gelaat kunnen zien en uw lieve stem hooren. Uw glimlach ontbrandt mijn hart en in mijn borst is het aan den waanzin ten prooi. — Zoodra ik je zie, kan het woord mijn mond niet meer verlaten, noch mijn tong zich bewegen. — Een vluchtig vuur doorloopt snel mijn leden; mijn oogen bedekken zich en een plotselinge tuiting treft mijn ooren. — Een koud zweet staat op mijn geheele lichaam, ik beef en bleeker dan een vreesachtig blad, zonder adem. voel ik, dat ik sterf..."

Het is moeilijk dergelijke dichterlijke gevoelens te doen samengaan met de gewone bedrijven der tribaderie, waarvan de hetairen en de fluitspeelsters ons een te treffend bewijs hebben geleverd. Niettegenstaande dit hebben zekere schrijvers bevestigd, dat de leerlingen van Sapho „vroegtijdig het tegennatuurlijk gebruik harer ontwikkelde bekoorlijkheden leerden", en dat de leer van de schrijfster van dit meer eleyisch dan erotisch gedicht „een school der prostitutie" was.

Sluiten