Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewoonte beschouwd," zegt de H. Augustinus, „de jonge bruiden op de ongehoorde en overgroote manlijkheid van Priapus te doen zitten. Sed quid hoe dicam, cum ibi sit et Priapus nimius masculus, super eujiis immanissimum et turpissimum fascinum, sedere nova nupta jubeatur, more honestissimo et religiosissimo malronarum." (l)

Op zijn beurt zegt Lucianus: „Zal ik over den Mutunus spreken, op welks uiteinde de jonggehuwden gaan zitten, opdat het schijne, dat de god het eerst het offer harer schaamte ontvangen heeft. Et Mutunus in cujus sinupudendo nubentes prcesident; ut illarum puditiam prio deus delibasse videatur." (a) Het is duidelijk, dat deze plechtigheden uit Indië en Westelijk Azië overgebracht waren, die de zetel waren van de gewijde prostitutie.

De onvruchtbare vrouwen namen de toevlucht tot dezelfde godheden om de invloeden te bannen, die zich tegen haar zwangerschap verzetten, zooals Arnold aan zijn landgenooten gezegd heeft: „Geleidt gij zelf niet met ijver uw vrouwen bij Mutunus? En laat gij ze niet om een soort begoocheling te vernietigen op de afschuwelijke en geweldige Phallos van dit afgodsbeeld zitten? Etiamme Mutunus, cujus imrnanibus pudendis horrentique fascino, vestras inequitare matronas, et auspicabile ducitis et optatis?" (a)

Hoe meer de mindere standen voor hun Priapus een vurige en diep godsdienstige toewijding over hadden, destemeer verachtten de menschen der hoogere klasse deze domme Aziatische godheid. De eerste wetgevers hadden het voordeel begrepen een eeredienst te erkennen, die belang-

(1) Civit. Dei. lib. 6. Cap. 9.

(2) De falsa religione. Ibid. I.

(3) Lib. IV. p. 131.

Sluiten