Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken versierd. Jonge vrouwen, beladen met korven vol vruchten en bloemen, volgden daarop: dit waren de Cenephoren. Achter deze zag men fluit- en cymbaalspeelsters en vervolgens troepen van Saters, pans, faunen, sylenen, nimfen en bacchanten, vermomde mannen en vrouwen; allen waren gekroond met viooltjes en klim-op-bladeren met de haren in wanorde en het gelaat door de dampen des wijns verhit; de kleederen waren met een ontuchtigen smaak zóó geschikt, dat zij alles bloot lieten, wat verborgen had behooren te blijven; en allen zongen de phallica, ontuchtige liedeien, ter

eere van Bacchus.

De Phallophoren en de ltyphalen volgden deze massa; de eersten vertoonden onbeschaamd aan de blikken der toeschouwers nagemaakte priapen op de heupen, door middel van riemen vastgemaakt, terwijl de tweeden dezelfde voorwerpen van grooter afmetingen op lange staken ronddroegen. Eindelijk werd de colonne door veertien priesteressen gesloten, die door den archont-koning of voorzitter van het feest belast waren met alle voorbereidselen.

Op de plaats van bijeenkomst aangekomen, die of midden in een verlaten woud of wel in een diepe door rotsen omringde vallei was, haalde deze menigte van losbollen en dwepers uit een koffer, door de Latijnen arca ineffabilis genaamd, het beeld van Bacchus te voorschijn, plaatsten dit op een Hermes en offerden hem een varken. De wijn en de vruchten weiden vervolgens vrijgevig uitgedeeld. In weinig tijds brachten de overvloed van dronken, de herhaalde kreten, de onmatige vreugde en de vermenging der seksen de hoofden van allen op hol en werden de priesters van deze schandelijke godheid met waanzin getroffen. Iedereen deed dan in tegenwoordigheid van allen, alsof hij van de geheele wereld afgeschei-

Sluiten