Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor. Onder het werk riepen zij Diana driemaal aan, of meer, indien dit noodig was.

Aan haar nog was de plicht het kind te wasschen en gedurende vijf dagen het toilet van de kraamvrouw te maken. Eindelijk riep men haar nog als de pasgeborene ziek was, en haar geheele behandeling bij deze gelegenheid bestond in het lichaam van het kind met amuletten te bedekken, waarbij zij Juno, Lucine, Diana en zelfs Castor en Pollux aanriepen.

Plinius heeft eenige harer voorschriften medegedeeld betrekkelijk de behandeling van ziekten door versch of tot asch verbrand bloed der stonden. Tusschenpoozende koortsen en dolheid waren geneesbaar door het virus lunare (') hetzij door wrijvingen of door aanraking met de huid in een zakje of in een zilveren medaljon. Dit bloed had volgens de Romeinsche vroedvrouwen nog een hoedanigheid: een vrouw, die de regels had, vernietigde de rupsen en de insekten van een veld, indien zij er eens of meermalen omheen liep. Maar als tegenwicht sloeg zij de planten met onvruchtbaarheid, deed zij de vruchten van de boomen vallen, de merries voor den tijd werpen, verjoeg zij de bijen, maakte zij de scheermessen bot, enz. Het privaatleven der vrouwen stond in verband met haar onwetendheid; zij hadden een zwak voor druivennat, zooals men ziet in Andrienne, een der bekoorlijkste tooneelstukjes van Terentius, waarin Lesbie, de sagce, die geroepen wordt om de jonge Glycerie bij te staan, ons voorgesteld wordt als de gezellin der drinkgelagen van oude slaven. Dezelfde Lesbie schreef, volgens denzelfden schrijver, onmiddellijk na de bevalling van haar patiënt een bad voor en vier dooiers van eieren.

(1) Maandelijksche vloeiingen.

Sluiten