Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedoemd te worden. Maar terwijl de matrone, mater familias, door ontzag en eerbewijzen omringd werd, terwijl de vestalen belast waren op de altaren het heilig vuui deL eerbaarheid te onderhouden, onderwierpen vele vrouwen en meisjes zich aan de zwaarste der slavernijen: de prostitutie.

De groote jurist Domitius Ulpianus, schrijver van singularis regularum, van wien de werken over Romeinsch recht bijna geheel weergegeven zijn in de Pandectes, heeft ons onder den titel De ritu nuptiarum de wettelijke omschrijving der prostitutie te Rome nagelaten. Hij zegt:

Een vrouw bedrijft in het openbaar prostitutie, als zij niet alleen zich in een plaats van ontucht prostitueert, maar ook als zij kroegen en andere plaatsen bezoekt, waar zij niet voor

hare eer zorg draagt.

Men verstaat door een openbaar bedrijven de handeling dier vrouwen, die zich aan iedereen en zonder keus prostitueeren. Deze uitdrukking strekt zich niet uit tot gehuwde vrouwen, die zich aan overspel schuldig maken, noch tot meisjes, die

zich laten verleiden.

Een vrouw, die zich voor geld aan een of twee personen overgegeven heeft, wordt niet gerekend in het openbaar prostitutie te bedrijven.

Octavianus deyikt met recht dat zij, die zich in het openbaar prostitueeren, zelfs zonder geld aan te nemen, tot die vrouwen behooren gerekend te worden, die in het openbaar prostitutie bedrijven.

De publieke vrouwen werden niet in volkstelling begrepen, maar zij waren op de registers der prostitutie, dooide edilen gehouden, ingeschreven, die haar dan het equivalent van de hedendaagsche politiekaart afgaven, een vrijbrief voor ontucht in het latijn licentia stupri genaamd. Deze

Sluiten