Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mauritania en voor Cleopatra, moest hij zich zelf ook nog aan de mannen overgeven. Nicomedus, koning van Bithynië, had zijn maagdelijkheid. Cicero bevestigt het in zijn brieven. Dolabella verweet het hem op do tribune van den Senaat en noemde hem de bijzit van een koning; Curion maakte hem voor lupauar van Nicomedus uit en voor prostitue van Bithynië. Eens, dat hij de onbeschaamdheid had ten gunste van Nysa, de dochter van zijn minnaar, te spraken, viel Cicero hem met een gebaar van walging in de rede: „Laat dat met rust, wat ik je bidden mag; men weet te goed wat gij van Nicomedus ontvangen en wat gij daarvoor in de plaats gegeven hebt."

Octavius duidde Cesar aan onder den naam van Koningin en Pompejus onder dien van Koning. Na de verovering van Gallië hoorde Cesar, toen hij naar het Capitool optrok, door de soldaten om zijn zegewagen zingen: Cesar heeft de Galliërs onderworpen, Nicomedus heeft Cesar onderworpen. Zie Cesar nu triompheeren door de Galliërs onderworpen te hebben ; Nicomedus triompheert toch niet, ofschoon hij toch Cesar onderworpen heeft.*

Toen hij eens woedend werd en zeide, dat hij over de hoofden van zijn medeburgers zou loopen, antwoordde men hem dat dat moeilijk zou zijn voor een vrouw. En hij vergenoegde zich te antwoorden, dat Semiramis in Assyrie en de Amazonen in een groot gedeelte van Azië geregeerd hadden. Suetonius. Zoo was Cesar: „de man van alle vrouwen en de vrouw van alle mannen."

Octavius. — Suetonius zegt van hem('): «Zijn goede naam werd van zijn jeugd af door meer dan een schanddaad

(1| Suetonius. Vie dus douze Cesars. Cap. LXVIII et suivants.

Sluiten