Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die men het opzicht van den wellust kon noemen en welke hij aan Casonius Priscus, een Romeinsch ridder, toevertrouwde. Novum officium instituit, a voluptatibus, prceposüo equito romano Tito Cceeonio Frisco.

„Hij had in zijn verblijfplaats in Caprera stille plekjes voor zijn geheimste uitspattingen; daar vormden jongelingen en meisjes, de monsterachtigste vermaken voorstellende, die hij spintria noemde, een drievoudige keten en, zoo aaneengeschakeld, prostitueerden zij zich in zijn tegenwoordigheid, om door dit schouwspel de uitgedoofde lusten van den grijsaard weer op te wekken. Hij had verscheiden kamers met de geilste teekeningen versierd uit de boeken van Elephantis (x), opdat men steeds aan alle zijden lessen en voorbeelden van genot kon vinden, ne cui in opera edenda excmplar imperatce schema; deesset.

„Hij dreef de schandelijkheid nog veel verder en tot een punt, dat even moeilijk te gelooven als mede te deelen is. Men beweert dat hij kleine kinderen africhtte, die hij zijn kleine visschen noemde, om tusschen zijn beenen te spelen als hij in het bad was, hem te bijten en te zuigen; een vermaak, dat met zijn leeftijd en neigingen strookte.

„Men deelt ook mede, dat hij bij een offerfeest plotseling bekoord op de schoonheid van hem, die het wierookvat droeg, ternauwernood wachtte, tot de plechtigheid afgeloopen was, om dien jongen man evenals zijn broeder, die fluitspeler was, met geweld te dwingen; en dat hij hun daarna de beenen liet breken, omdat zij elkaar hun schande verweten. Hij deed Mallonia omkomen, die hem luid voor vuilen en walgelijken grijsaard uitgemaakt had, obscenitate oris

(1) L'Aloïsia de lAntiquité. Er is ons niets van dit werk overgebleven, maar het wordt aangehaald in Martialis en in de Priapeiw.

Sluiten