Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangen had. Hij beminde hem niet met een slappe en voorbijgaande drift, maar met een sterken en standvastigen hartstocht, zoodat hij, in stede van kwaad te worden over de slechte behandelingen, die hij van hem ontving, hem des te teederder beminde. Hij had hem tot Cesar doen uitroepen, indien zijne moeder en grootmoeder zich niet tegen deze waanzinnige schanddaad verzet hadden.

Deze slaaf was niet de eenige bevoorrechte minnaar van den keizer. Hij had als mededinger den kok Aurelius Zoticus, dien Heliogabalus, op het verhaal, dat men hem van zijn lichamelijke voordeelen deed, zonder hem te kennen, kamerheer deed worden. „Zoodra Heliogabalus hem in het paleis zag komen, liep hij met een hoog blozende kleur naar hem toe en toen Zoticus, hem groetende, heer en keizer genoemd had, antwoordde hij hem, terwijl hij het hoofd met een weeklijk voorkomen als dat eener vrouw afwendde en wulpsche blikken op hem wierp: „Noem mij geen heer, daar ik een dame ben!" Terstond nam hij hem met zich naar het bad en daar hij hem bevond, zooals men hem voorgesteld had, soupeerde hij als zijn beminde in zijn schoot liggende.

Wij zouden nog veel meer zaken te vertellen hebben over dien vuilen hoogepriester van de zon, over zijn betrekkingen met de priesters van Cybele en met de vertegenwoordigers der vrouwelijke en mannelijke prostitutie, maar die keizerlijke poel van gemeenheid maakt ons mislyk en wij breken hier de geschiedenis van de verdorvenheid der Cesarsender andere tyrannen van het oude Rome af, aan anderen overlatende te zeggen tot welk een trap van verachtelijkheid een volk gekomen moet zijn om zich zulke meesters te geven!

Van deze historische schets evenwel van de afschuwelijk-

Sluiten